Vijf pastagerechten, en al het andere komt daarna
Carbonara, amatriciana, gricia, cacio e pepe, ossenstaart: de Romeinse keuken is kort en duldt geen varianten.
De Romeinse keuken is een arme keuken die beroemd werd, en ze heeft een zeldzame eigenschap: ze is kort. De gerechten zijn weinig talrijk, ze worden met vier ingredienten gemaakt, en over elk bestaat overeenstemming hoe het hoort, die Romeinen met enige energie verdedigen. Voor wie kampeert is dat goed nieuws: ze kunnen allemaal op een pit.
De pastagerechten
Guanciale, pecorino romano, peper, ei, tomaat: met die vijf maak je vier verschillende pastas. Gricia is guanciale en pecorino; amatriciana voegt de tomaat toe; carbonara vervangt de tomaat door het ei; cacio e pepe laat de guanciale weg. Het vijfde gerecht is de ossenstaart alla vaccinara, die geen pasta is en het erfgoed vormt van het quinto quarto, het vlees dat in het slachthuis voor de arbeiders overbleef.

Buiten Rome
In de Ciociaria eet men fini fini en sagne, pasta van water en meel, en polenta met varkensribbetjes. In de Castelli is er de porchetta van Ariccia, die je bij een kraam koopt en in brood eet. In de Tuscia is acquacotta een groentesoep met oudbakken brood. Aan de kust is de vis eenvoudig: gebakken, of met pasta.
Te drinken
De witte wijnen van de Castelli Romani, Frascati en Marino, drink je jong en koel en ze passen bij alles. In de Tuscia maakt men de Est Est Est van Montefiascone, waarvan de naam komt uit een legende over een Duitse bisschop en een vooruitgestuurde bediende die de goede herbergen moest zoeken. In Cesanese, in de Ciociaria, maakt men de enige belangrijke rode wijn van de regio.
Waar men eet
In Rome liggen de echte trattorie buiten het centrum, in Testaccio en San Lorenzo, en ze kosten minder dan de helft van die rond de monumenten. In de dorpen blijft het zomerfeest de beste manier om voor weinig lokaal te eten: tussen juni en september gaat er geen week voorbij zonder.